De geschiedenis van printen

Probeer je eens voor te stellen hoe onze huidige maatschappij er uit zou zien zonder printers, of de mogelijkheid tot kopiëren. Het haast onmogelijk om je dit voor te stellen, zeker als je er langer over nadenkt. Op het eerste gezicht denk je dat het wellicht meevalt, maar alles om ons heen heeft een print erop zitten. Dit is niet beperkt tot boeken, tijdschriften en andere geprinte media, maar betreft ook de verpakkingen van producten, de producten zelf en tegenwoordig, met de komst van 3D printen, worden ook hele producten zelf geprint. Maar waar begon het allemaal?

Printen kwam na het kopiëren, wat de basis vormde voor de printer. Het eerste kopieerapparaat werd in 1781 gepatenteerd door James Watt. Het werkte heel simpel: het originele vel werd met een gelatine achtige inkt geschreven en tegen een vochtig papier aangeperst, waardoor het door het papier gedrukt werd en zichtbaar werd op het andere vel. Al snel werd het mogelijk om meerdere kopieën te maken van één origineel.

Al snel volgden de machines, die eerst met vocht werkten en slecht houdbaar waren, maar de droge techniek liet niet lang op zich wachten en kwam in 1937. Deze vormde ook de basis voor de printers van nu, die veelal op basis van statische elektriciteit werken.

Tegenwoordig werken veel printers nog steeds met statische elektriciteit, al verschillen ze wel in de precieze manier van werken en verschillen ook de toepassingen. Zo zijn de ouderwetse kabel printer systemen nog steeds volop in gebruik en werken ze prima, maar zijn er tegenwoordig ook veel andere mogelijkheden. Zo zijn er printers die speciaal zijn gemaakt voor het printen op plastic en andere harde ondergronden, zijn er printers die bedoeld zijn voor coding and marking en zijn er nog veel andere toepassingen. Met de komst van 3D printen lijkt het einde nog lang niet in zicht.